Fietsroute C |
||||||
![]() |
FIETSROUTE VAN 37,5 km |
|||||
..Karakteristiek en achtergronden van de route.. Deze fietsroute brengt U naar dié plaatsen waar in de beginjaren ’70 de buitenopnamen plaats vonden |
||||||
![]() |
||||||
| Uit de boeken van A. M. de Jong valt volgens velen op te maken dat Merijntje Gijzen hoogstwaarschijn- lijk op de Heen moet hebben gewoond, hoewel anderen dit betwisten. Omdat het ondoenlijk was om voor de film heel dat dorp in de oude stijl van 1900 terug te brengen heeft Kees van Iersel, de regisseur van de serie, gekozen voor o.a. het Benedensas en het Bovensas van de rivier de Vliet als filmlocatie. De binnenopnamen hadden vrijwel allemaal plaats in de grote studio van de N.O.S. in Hilversum. Wil Luijks, die zelf ook een rol speelde in de film, maakte deze fietsroute. De start van de tocht is in Nieuw-Vossemeer op de (gratis) parkeerplaats aan de Nieuw-Vossemeerse dijk, nabij de Hoogte. |
||||||
|
||||||
![]() Het Benedensas staat op de Werelderfgoedlijst. |
||||||
| Achtergrondinformatie: U bent nu aangekomen bij het pittoreske en eeuwenoude sluisje aan het einde van de regenrivier ‘De Vliet’. Het sluisje is sinds de afsluiting van de Oosterschelde niet meer in gebruik vanwege het ontbreken van eb en vloed in het Volkerak. Het is echter nog volledig intact. Op deze plaats hebben heel veel buitenopnamen plaatsgevonden voor de TV-serie. Hier woonde de bevolking, waar Merijntje en De Kruik deelgenoot van waren. Aan de overkant van de Sluis ziet u 2 huisjes uit 1838. Het rechtse huisje diende als woonhuis voor de familie Gijzen (was vroeger een schipperswinkel) en het linkse was de dorpskroeg. Deze uitspanning komt in de serie heel vaak voor. Naast het café werden in de carnavalsnacht de moorden gepleegd op de grensjager en zijn geliefde Janekee. Ze werden gruwelijk verminkt en met een mes om het leven gebracht. De dader was spoorloos, maar heel de gemeenschap voelde op zijn ‘klompen’ aan dat de Kruik de moordenaar was. Men kende de vete tussen hem en de grensjager. De Kruik werd gearresteerd en als verdachte opgesloten in het politiebureau waar hij streng werd verhoord. Hij had echter voor zichzelf een waterdicht alibi gecreëerd, zodat ze hem spoedig moesten vrij laten vanwege gebrek aan bewijs. Zijn vriend Merijntje, die van dit alles niets afwist, was er daags na de moord getuige van dat het moordmes werd gevonden in de rietkraag van de Vliet. Hij herkende het mes onmiddellijk. Het was het prachtige vlijmscherpe mes van De Kruik met het hoogglanzende lemmet en het artistiek gesneden houten heft. Blij en opgetogen bracht hij het mes, begeleid door de plaatselijke koddebeier (politie), naar De Kruik in het politiebureau. Daar aangekomen gaf hij zijn vriend het mes en vroeg vriendelijk lachend: “ Kek’us ier Kruik, z’ebbe je mes truggevonne jong, bè’je nou nie blij”? Nee, De Kruik was niet blij. Door die fatale uitspraak verried Merijntje zijn beste vriend. |
||||||
|
||||||
| Achtergrondinformatie: Hier op deze plek werd het drama verfilmd van de oude Hubert Flooren die een borstelfabriek beheerde op het Bovensas. Hij had één zoon, die wanneer hij even minder dronken was, constant bezig was zijn vader te terroriseren en hem het leven zo zuur mogelijk te maken. Ook probeerde hij voortdurend chantage te plegen in de fabriek. De vader van Merijntje Gijzen, die hier werkte, moest geregeld de zoon van zijn zoveelste wandaad af houden. Soms met geweld. De vrouw van Flooren, Adriana, was een stoïcijnse, hooghartige en egocentrische vrouw, die alleen maar oog had voor haar zoon, haar oogappel Ferdinand. Ze had hem totaal verwend en onhandelbaar gemaakt. Wat haar zoon ook ’uitvrat’, zijn vader was altijd de schuldige. Na de zoveelste chantagedaad van zoonlief, waarbij nog maar net een ontploffing in de fabriek kon worden voorkomen, gaf de oude Flooren de moed op. Nadat hij de fabriek in brand had gestoken verhing hij zich in de boomgaard.Ferdinand die van deze daad getuige was, zag in een flits eindelijk de waarheid en zijn afschuwelijke vergissing. Hij werd krankzinnig van angst en spijt en liep gillend de donkere nacht in.Adriana Flooren die al die tijd op een stoel gezeten naar de brand had zitten kijken, werd er ogenschijnlijk niet warm of koud van en bleef hooghartig alles gadeslaan. Het volk, dat op de grote brand was afgekomen, zag in de vrouw de kwade genius en wilde via een volksgericht de vrouw straffen voor haar wandaden. Nog maar net kon door de ‘sterke arm’ dit gericht worden voorkomen. In deze huiveringwekkende patstelling stond de vrouw op van haar zetel. Baande zich met afgemeten passen langzaam een weg tussen de zwijgende en hevig ontdane dorpelingen door. Keek niet op of om en gunde niemand een blik waardig. Ze liep naar de Vliet en schuifelde door de rietkraag naar het donkere water waar ze zich in verdronk. |
||||||
|
||||||
| Achtergrondinformatie: Zowel het dorp de Welberg als de gehuchten de Koevering en Notendaal worden in de boeken van ‘Merijntje Gijzens jeugd’ veelvuldig genoemd. In het verhaal van ‘Simpele Foons’ was er bijvoorbeeld sprake van een zekere ‘Zottte Giel’ van de Welberg. Van deze goedaardige man, die geen vlieg kwaad deed, was Simpele Foons ‘Spaans’ benauwd en raakte totaal in paniek als hij hem tegenkwam. |
||||||
|
||||||
| Fietsen in Nederland? Bezoek |
||||||






